Zonnepanelen en laadpaal op één eendraadschema
Zonnepanelen, omvormer en laadpaal in dezelfde woning: kringen, verliesstroomschakelaars, teruglevering en keuring, samen op één eendraadschema.
Krijgt een woning zonnepanelen en een laadpaal, dan gelden twee hoofdstukken van Boek 1 van het AREI tegelijk: 7.112 voor de productie, 7.22 voor de laadpaal. Beide komen op hetzelfde eendraadschema: de productie op haar eigen tak, de laadpaal op haar afzonderlijke kring, elk met de eigen beveiligingen. Deze gids toont hoe u ze samen op het schema en het situatieschema zet, en waar de keuring op let.
Elke installatie afzonderlijk komt aan bod in onze artikels over zonnepanelen en over de laadpaal thuis. Hier gaat het over wat verandert wanneer ze in hetzelfde verdeelbord samenkomen.
Twee hoofdstukken bovenop de algemene regels
Beide hoofdstukken werken op dezelfde manier: ze vullen de algemene voorschriften van Boek 1 aan, die van toepassing blijven (afdelingen 7.112.1 en 7.22.1). Hun toepassingsgebied verschilt wel, en dat controleert u best eerst op de werf.
| Installatie | Hoofdstuk | Toepassingsgebied |
|---|---|---|
| Zonnepanelen | 7.112 | Huishoudelijke fotovoltaïsche installaties op laagspanning, tot 10 kVA |
| Laadpaal | 7.22 | Conductieve laadpalen waarvan de aanleg of de vervanging vanaf 1/11/2022 begonnen is, en hun kringen tot aan het aansluitpunt |
Voor de laadpaal gaat afdeling 7.22.1 over de kringen die energie aan het voertuig leveren en, eventueel, over de kringen die elektriciteit uit de batterij van het voertuig terugleveren. Een bestaande laadpaal waarvan de aanleg ter plaatse vóór 1/11/2022 begonnen is, blijft onder Boek 1 vallen zonder hoofdstuk 7.22. Wordt die laadpaal aangepast aan hoofdstuk 7.22, dan volgt een gelijkvormigheidskeuring vóór de ingebruikname volgens dat hoofdstuk.
Stap 1: de bronnen en het materieel op het schema zetten
Voor een huishoudelijke installatie legt onderafdeling 3.1.2.2 vast wat het eendraadschema minstens bevat. Daarbij horen de bronnen, met als voorbeelden het zonnepaneel, de omvormer en de batterij, maar ook de vaste machines en toestellen, de kenmerken van de leidingen (type, doorsnede, aantal geleiders), hun plaatsingswijze, en het type en de kenmerken van de verliesstroomschakelaars en van de overstroombeveiligingen.
Op een schema met beide installaties geeft dat twee duidelijk gescheiden takken:
- de productietak: panelen, leiding aan gelijkstroomzijde, omvormer, en dan de kring aan wisselstroomzijde naar het verdeelbord, met de beveiligingen;
- de tak van de laadpaal: de afzonderlijke kring, de beveiligingen, en de laadpaal zelf, die afdeling 7.22.2 omschrijft als uitrusting van de vaste installatie die blijvend is aangesloten.
Onderafdeling 3.1.2.2 noemt de laadpaal niet met zoveel woorden. Door ze met haar kring, leiding en beveiligingen te tekenen, neemt u wel elk element van de lijst op dat erop van toepassing is. Is er een thuisbatterij, dan staat die ook op het schema: de tekst noemt de batterij bij de bronnen.
Denk aan de merktekens. Voor zonnepanelen legt afdeling 7.112.2 het merken op van de geleiders in gelijkstroom en van de actieve geleiders in wisselstroom. Dezelfde merktekens op het schema als ter plaatse maken het lezen op de dag van de keuring eenvoudiger.
Stap 2: een afzonderlijke kring per aansluitpunt
Afdeling 7.22.3 voorziet een afzonderlijke kring voor elk aansluitpunt van de laadpaal, en verbiedt een laadpaal via een stopcontact op de vaste installatie aan te sluiten. De beveiligingstoestellen van die kring mogen zich in de vaste installatie stroomopwaarts bevinden, in de laadpaal, of in een combinatie van beide. Op het schema moet dus duidelijk zijn waar elke beveiliging zit: in het verdeelbord of in de laadpaal.
Hoofdstuk 7.112 bevat geen gelijkaardige bepaling over de kring van de omvormer. De productie en de laadpaal op twee aparte vertrekken tekenen blijft de leesbaarste manier om te tonen wat wat beveiligt, en om te vermijden dat de laadpaal als een gewone stopcontactkring gelezen wordt.
Stap 3: de verliesstroomschakelaars plaatsen
Alles begint bij de hoofdverliesstroomschakelaar. Volgens onderafdeling 4.2.4.3 staat aan de oorsprong van de huishoudelijke installatie minstens één verliesstroomschakelaar van maximaal 300 mA. Onmiddellijk stroomafwaarts neemt minstens één verliesstroomschakelaar met hoge of zeer hoge gevoeligheid minstens de stopcontacten over die niet voor vaste toestellen bedoeld zijn, de verlichting, de ruimten met bad of douche, en de wasmachines, droogkasten en vaatwassers, met maximaal 8 eindkringen per toestel. De rol van elke gevoeligheid staat in ons artikel over de verliesstroomschakelaars van 300 en 30 mA.
De laadpaal en de omvormer staan niet in die lijst. Dezelfde onderafdeling laat toe de andere kringen onmiddellijk stroomafwaarts van de hoofdverliesstroomschakelaar aan te sluiten, of op bijkomende verliesstroomschakelaars aan de oorsprong van de installatie. Is de spreidingsweerstand van de aardverbinding groter dan 30 ohm, dan worden die bijkomende verliesstroomschakelaars aangevuld met minstens één verliesstroomschakelaar van maximaal 100 mA per kring of groep van kringen.
Voor de laadpaal gaat hoofdstuk 7.22 verder. Berust de beveiliging op automatische onderbreking van de voeding, dan wordt elke afzonderlijke kring in wisselstroom individueel beveiligd door een verliesstroomschakelaar van maximaal 30 mA, en is het TN-C-schema voor die kring verboden (onderafdeling 7.22.4.1). Het aansluitpunt is daarnaast beveiligd tegen fouten met een storende gelijkstroomcomponent: ofwel door een verliesstroomschakelaar die in dat geval blijft werken, ofwel door een verliesstroomschakelaar samen met een detectietoestel voor gelijkstroomverliesstroom dat de laadpaal buiten dienst stelt. Voor het IT-schema en voor veiligheidsscheiding met een scheidingstransformator bevat dezelfde onderafdeling eigen bepalingen.
Voor de kring van de omvormer legt hoofdstuk 7.112 geen bijzondere verliesstroomschakelaar op: de algemene regels gelden, waaronder onderafdeling 5.3.5.3. In huishoudelijke installaties zijn verliesstroomschakelaars minstens van type A, en die aan het begin van de installatie hebben een nominale stroom van minstens 40 A. Staat stroomafwaarts materieel dat gelijkstroomcomponenten kan veroorzaken, zoals sommig materieel met halfgeleiders, dan wordt een van de opgesomde maatregelen genomen: materieel dat ze niet veroorzaakt, materieel van klasse II, voeding via een scheidingstransformator, een verliesstroomschakelaar die bij een gelijkstroomcomponent blijft werken, of een verliesstroomschakelaar in coördinatie met een detectietoestel voor gelijkstroom. De handleiding van de fabrikant van de omvormer vermeldt wat voor het geplaatste model geldt.
Op het schema: vermeld voor elke verliesstroomschakelaar het type en de differentiële aanspreekstroom, zoals onderafdeling 3.1.2.2 vraagt. Geef voor de laadpaal ook aan of de beveiliging tegen gelijkstroomcomponenten in het verdeelbord zit of in de laadpaal is ingebouwd.
Twee punten uit onderafdeling 5.3.5.3 verdienen aandacht wanneer u die twee vertrekken toevoegt. De verliesstroomschakelaars worden zo gekozen, en de belasting zo verdeeld, dat de normale lekstromen van de toestellen geen ongewenste uitschakeling veroorzaken. En een verliesstroomschakelaar onderbreekt alle actieve geleiders van de kring: twee tweepolige toestellen mogen geen kring met vier geleiders beveiligen.
Stap 4: teruglevering uit de batterij van het voertuig
Sommige laadpalen kunnen energie uit de batterij van het voertuig naar de woning terugsturen. In dat geval bepaalt onderafdeling 7.22.5.4 twee zaken:
- de voorschriften voor decentrale productie-eenheden zijn van toepassing, met name voor de bescherming tegen elektrische schokken, de beveiliging tegen overstromen en de veiligheidsonderbreking;
- de waarschuwing « Attention : réinjection possible de l’énergie électrische dans l’installation » (let op: mogelijke teruglevering van elektrische energie in de installatie) komt op de laadpaal of laadpalen en op het verdeelbord of de verdeelborden die erdoor gevoed worden.
In een woning met zonnepanelen kan het verdeelbord dan twee reeksen vermeldingen dragen: die van de laadpaal, en de vermeldingen die afdeling 7.112.2 voor zonnepanelen oplegt, « Ne pas déconnecter en charge » (niet onder belasting uitschakelen) en « Installation électrique toujours sous tension » (elektrische installatie altijd onder spanning) of gelijkwaardige, op oordeelkundige plaatsen. Een notitie op het schema dat de laadpaal kan terugleveren, voorkomt dat iemand die later tussenkomt haar als een gewone verbruiker leest.
Stap 5: beide op het situatieschema zetten
Volgens onderafdeling 3.1.2.3 toont het situatieschema van een huishoudelijke installatie de plaats van de verdeelborden, van de vaste machines en toestellen en van de bronnen die op het eendraadschema vermeld staan. De omvormer en, als die er is, de thuisbatterij komen op hun werkelijke plaats, net als de laadpaal.
Voor de laadpaal voegt hoofdstuk 7.22 plaatsingsregels toe die u op het plan terugziet: het aansluitpunt bevindt zich zo dicht mogelijk bij de parkeerplaats (onderafdeling 7.22.5.3), de laadpaal en haar parkeerplaats bevinden zich niet op een plaats met de uitwendige invloed BE3 (onderafdeling 7.22.5.5), en een laadpaal in open lucht heeft een beschermingsgraad van minstens IP44 (onderafdeling 7.22.5.1).
Wat het erkend keuringsorganisme nakijkt
Voor zonnepanelen somt afdeling 7.112.3 eigen proeven op, uitgevoerd bij de gelijkvormigheidskeuring of het controlebezoek. Hoofdstuk 7.22 heeft geen eigen afdeling over proeven: de eisen ervan komen bovenop wat de keuring al nakijkt voor de rest van de installatie.
| Punt | Wat Boek 1 bepaalt | Voor te bereiden |
|---|---|---|
| Wegvallen van de netspanning | Uitschakeling van het automatische scheidingssysteem in minder dan 5 seconden, en geen productie van de zonnepanelen naar het net zolang de netspanning niet terugkeert (afdeling 7.112.3) | Omvormer aangeduid op het schema en geplaatst op het situatieschema |
| Verliesstroomschakelaars | Test met hun testknop, controle van de foutlussen en van de correcte aansluiting met een foutstroom van minstens één keer de nominale gevoeligheid (afdeling 7.112.3) | Testknop gemakkelijk bereikbaar zonder bijzondere middelen (onderafdeling 5.3.5.3) |
| Gegevens voor het verslag | Aantal en nominaal vermogen van de modules; aantal, type, serienummer en maximaal AC-vermogen van de omvormers (afdeling 7.112.4) | Technische fiches en serienummers genoteerd bij de plaatsing |
| Laadpaal | Afzonderlijke kring, individuele verliesstroomschakelaar van 30 mA, beveiliging tegen gelijkstroomcomponenten, beveiliging tegen overstromen (afdeling 7.22.3, onderafdelingen 7.22.4.1 en 7.22.4.2) | Plaats van elke beveiliging op het schema: verdeelbord of laadpaal |
Boek 1 is niet de enige tekst om te raadplegen voor een installatie die produceert. De technische voorschriften van Synergrid, waaronder C10/11 en C10/26, staan op synergrid.be. Dit artikel neemt de inhoud ervan niet over: raadpleeg ze rechtstreeks.
Checklist vóór de keuring
- De panelen, de omvormer en, als die er is, de batterij staan als bronnen op het schema (3.1.2.2).
- De leiding aan gelijkstroomzijde en die aan wisselstroomzijde hebben type, doorsnede, aantal geleiders en plaatsingswijze (3.1.2.2).
- Elk aansluitpunt van de laadpaal heeft een afzonderlijke kring, en de laadpaal is niet via een stopcontact aangesloten (7.22.3).
- De afzonderlijke kring van de laadpaal heeft een verliesstroomschakelaar van maximaal 30 mA en een beveiliging tegen gelijkstroomcomponenten, in het verdeelbord of in de laadpaal (7.22.4.1).
- De afzonderlijke kring van de laadpaal heeft een beveiliging tegen overstromen, in het verdeelbord of in de laadpaal (7.22.4.2).
- De verliesstroomschakelaars zijn minstens van type A, en het schema vermeldt type en differentiële aanspreekstroom (5.3.5.3 en 3.1.2.2).
- De kringen die achter een 30 mA moeten, staan er, met maximaal 8 eindkringen per toestel (4.2.4.3).
- De gelijkstroomgeleiders en de actieve wisselstroomgeleiders van de zonnepanelen zijn gemerkt (7.112.2).
- De waarschuwingen voor zonnepanelen hangen er, en die voor teruglevering als de laadpaal dat toelaat (7.112.2 en 7.22.5.4).
- De omvormer, de eventuele batterij en de laadpaal staan op hun plaats op het situatieschema (3.1.2.3).
- De gegevens van de modules en de omvormers voor het verslag liggen klaar (7.112.4).
Met Amperio
In Amperio tekent u het eendraadschema met de hand of met de stem, en het situatieschema wordt in lijn ermee opgebouwd: de omvormer en de laadpaal komen in de juiste ruimte terecht. Elke kring wordt tijdens de invoer getoetst aan het AREI (Boek 1), met verliesstroomschakelaars, kalibers van de automaten en kabelsecties, en een afwijking wordt op de juiste plaats in het schema gemeld. Die controles helpen de keuring voor te bereiden en vervangen het erkend keuringsorganisme niet. Op de dag van de afspraak staat het volledige elektrisch dossier klaar als PDF.
Bronnen
- AREI, Boek 1, hoofdstuk 7.112 (FOD Economie, versie van 29.10.2025)
- AREI, Boek 1, hoofdstuk 7.22, afdelingen 7.22.1 tot 7.22.5 (FOD Economie, versie van 29.10.2025)
- AREI, Boek 1, onderafdeling 3.1.2.2 (FOD Economie, versie van 29.10.2025)
- AREI, Boek 1, onderafdeling 3.1.2.3 (FOD Economie, versie van 29.10.2025)
- AREI, Boek 1, onderafdeling 4.2.4.3 (FOD Economie, versie van 29.10.2025)
- AREI, Boek 1, onderafdeling 5.3.5.3 (FOD Economie, versie van 29.10.2025)
- Synergrid, technische voorschriften C10/11 en C10/26 (verwijzing, inhoud hier niet overgenomen)
Dit artikel is informatief. Het vervangt noch het AREI (Boek 1) noch het advies van uw keuringsorganisme.
Een gratis werf gedurende 7 dagen, zonder kredietkaart.










