← Alle artikels
AREI en keuring

Hoeveel stopcontacten per kring?

Acht stopcontacten per eindkring in een huishoudelijke installatie: de regel uit Boek 1, wat meetelt en welke toestellen buiten de telling vallen.

Door · · 4 min leestijd

Acht, ten hoogste, in een huishoudelijke installatie. Boek 1 van het AREI beperkt het aantal enkelvoudige of meervoudige stopcontacten tot acht per eindkring. De telling houdt een paar verrassingen in: een vast toestel kan meetellen, een wasmachine nooit, en er komt een tweede grens bij wanneer de aardingsweerstand te hoog ligt.

De regel: acht stopcontacten per eindkring

Punt b. van onderafdeling 5.3.5.2 bevat de regels die eigen zijn aan huishoudelijke installaties. Eén zin volstaat: het aantal enkelvoudige of meervoudige stopcontacten is beperkt tot acht per eindkring.

Twee verduidelijkingen zitten in de woorden zelf. De grens slaat op de stopcontacten, en een meervoudig stopcontact, zoals het dubbele stopcontact in een living, telt voor één. En ze slaat op de eindkring, dat wil zeggen het gedeelte dat stroomafwaarts van de laatste beveiliging tegen overstroom ligt (afdeling 2.6.1). Een kring die door één automaat in het bord beveiligd wordt, met stopcontacten in twee ruimtes, blijft één eindkring.

Wat meetelt

Dezelfde onderafdeling laat gemengde kringen toe. Stopcontacten, verlichtingstoestellen en andere vaste toestellen mogen door eenzelfde eindkring gevoed worden, met uitzondering van de vaste toestellen van de afzonderlijke kringen uit onderafdeling 5.2.1.2. De voorschriften voor die kring zijn dan die van de kringen die stopcontacten voeden.

Daarop volgt de zin die op de werf het verschil maakt: een vast toestel, of een geheel van vaste toestellen bediend door een gemeenschappelijk schakelapparaat, wordt gelijkgesteld met een stopcontact. Op een gemengde kring neemt een vast aangesloten convector dus een van de acht plaatsen in. Een groep spots die op dezelfde schakelaar staan, neemt er samen maar één in.

Welke toestellen buiten de telling vallen

Sommige toestellen delen geen kring, dus stelt de vraag naar het aantal zich voor hen niet. Onderafdeling 5.2.1.2 legt een afzonderlijke kring op voor elk toestel of elke (verplaatsbare) machine op vaste plaats met een nominaal vermogen van 2600 W of meer. Ook de wasmachine, de vaatwasmachine, de droogkast, het elektrische fornuis, de elektrische kookplaat en de elektrische oven worden afzonderlijk gevoed door een eigen kring, en de toestellen van een elektrische verwarming op vaste plaats door een of meer eigen kringen. Het verband tussen kabelsectie en kaliber staat in ons artikel over kabelsecties en kalibers.

De tweede grens: zestien stopcontacten per verliesstroomschakelaar

Er bestaat een tweede grens, onder voorwaarde. Volgens onderafdeling 4.2.4.3 telt de installatie minstens twee verliesstroomschakelaars met hoge of zeer hoge gevoeligheid wanneer de spreidingsweerstand van de aardverbinding meer dan 30 ohm bedraagt, en neemt elk van die schakelaars ten hoogste zestien enkelvoudige of meervoudige stopcontacten voor zijn rekening. Dezelfde gelijkstelling geldt hier: een vast toestel of een geheel van vaste toestellen bediend door een gemeenschappelijk schakelapparaat telt voor één stopcontact.

Dezelfde onderafdeling legt een verwante grens op, die wel altijd geldt: ten hoogste acht eindkringen per verliesstroomschakelaar met hoge of zeer hoge gevoeligheid. Ons artikel over de verliesstroomschakelaars van 300 en 30 mA beschrijft wat achter elk ervan hoort.

En de verlichting?

Onderafdeling 5.3.5.2 voegt er een regel aan toe die u snel aan het bord nakijkt: de kringen die verlichtingstoestellen voeden, zijn ten minste twee afzonderlijke kringen voor wooneenheden met meer dan twee lokalen of plaatsen. Eén beveiliging voor alle verlichting van een woning houdt dus geen stand.

In een bestaande installatie

Bestaande delen genieten een afwijking. De afdelingen 8.2.1 en 8.2.2 laten toe om per eindkring meer dan acht enkelvoudige of meervoudige stopcontacten in dienst te laten, op voorwaarde dat het vermogen van de aangesloten vaste toestellen en toestellen op vaste plaats het toelaatbare vermogen van de elektrische leiding niet overschrijdt. Afdeling 8.2.1 gaat over de oude huishoudelijke installaties van voor 1 oktober 1981, afdeling 8.2.2 over de huishoudelijke installaties oud AREI van na die datum die onder het oude reglement onderzocht zijn.

Die tolerantie slaat op wat bestaat en in dienst blijft. Op het deel dat u uitvoert of wijzigt, geldt de grens van acht.

Wat dat verandert op het schema en het plan

De telling controleert u op papier voordat u ze aan het bord controleert. Op het eendraadschema draagt elke elementaire kring een hoofdletter, en krijgt elk lichtpunt, elk stopcontact en elke bedieningseenheid een volgnummer in de volgorde waarin u ze tegenkomt vanaf de beveiliging stroomopwaarts (onderafdeling 3.1.2.1). Het laatste nummer van een stopcontactenkring geeft dus meteen het totaal.

Op het situatieschema dragen diezelfde elementen de letter van hun kring en hun volgnummer. Een negende stopcontact dat er op het einde van de werf bijkomt, ziet u daar, op voorwaarde dat het plan de toestand van vandaag beschrijft. De overige eisen voor het schema staan in onze gids eendraadschema.

Met Amperio

In Amperio tekent u het eendraadschema met de hand of met de stem, en wordt elke kring tijdens het invoeren getoetst aan het AREI (Boek 1): het negende stopcontact op een eindkring wordt gemeld op de juiste plaats in het schema, zonder te wachten op het nalezen ’s avonds. Het situatieschema wordt mee opgebouwd, met dezelfde nummering per letter en volgnummer. Die controles helpen de keuring voor te bereiden en vervangen het keuringsorganisme niet. De pagina eendraadschema toont het verloop op een werf.

Bronnen

  1. AREI, Boek 1, onderafdeling 4.2.4.3 (FOD Economie, versie van 29.10.2025)
  2. AREI, Boek 1, onderafdeling 5.2.1.2 en tabel 5.1 (FOD Economie, versie van 29.10.2025)
  3. AREI, Boek 1, onderafdeling 5.3.5.2 (FOD Economie, versie van 29.10.2025)
  4. AREI, Boek 1, afdelingen 8.2.1 en 8.2.2 (FOD Economie, versie van 29.10.2025)
  5. AREI, Boek 1, onderafdeling 3.1.2.1 (FOD Economie, versie van 29.10.2025)

Dit artikel is informatief. Het vervangt noch het AREI (Boek 1) noch het advies van uw keuringsorganisme.

Probeer Amperio op uw volgende werf

Een gratis werf gedurende 7 dagen, zonder kredietkaart.

Gratis proberen

Lees ook