← Alle artikels
Schema en plan

Woning met meerdere verdiepingen: borden en schema’s

Hoofdbord, verdeelbord op de verdieping, verliesstroomschakelaars, merking en een situatieschema per niveau: zo documenteert u dat volgens Boek 1 van het AREI.

Door · · 8 min leestijd

Boek 1 van het AREI bevat geen aparte regel voor woningen met verdiepingen. Het laat toe dat een installatie één of meerdere verdeelborden heeft, en de regels voor de documentatie gelden voor elk ervan: plaats op het situatieschema, merking, kenmerken van de leiding die het bord voedt. Deze gids overloopt die regels in de volgorde van de werf, van de keuze van de borden tot het situatieschema van elk niveau.

Wat Boek 1 vastlegt, en wat het aan u overlaat

Volgens onderafdeling 5.3.5.1 worden de schakelinrichtingen en de beveiligingstoestellen gegroepeerd en gemonteerd in één of meerdere schakel- en verdeelborden. In een huishoudelijke installatie is elk bord van klasse I of II, met achterwand en deur, conform de norm die erop van toepassing is. Het is van onbrandbaar en niet-hygroscopisch materiaal, en het blijft gemakkelijk bereikbaar zonder speciale middelen.

Dezelfde onderafdeling legt één regel op voor het hoofdbord: het heeft een algemene lastscheidingsschakelaar die alle lijngeleiders tegelijk onderbreekt. In een woning is de toegekende stroom aangepast aan de installatie, en minstens 40 A. Die functie mag verzekerd worden door de beveiliging van de netbeheerder, als die ontworpen is voor scheiding.

Over het aantal verdiepingen of het aantal bladen van het situatieschema zegt de tekst niets. De keuze voor een verdeelbord op de verdieping en de opbouw van de plannen horen dus bij uw ontwerp, op voorwaarde dat elk bord en elk document de algemene regels volgt.

Stap 1: kies hoe u de installatie opdeelt

Eén verdeelbord op het gelijkvloers, of een hoofdbord aangevuld met een bord op de verdieping: beide kunnen. De criteria zijn praktisch. De lengte van de kringen naar de verste kamers, het aantal vertrekken, de plaats in het hoofdbord en het gemak om op de verdieping in te grijpen wegen mee.

Wat u ook kiest, de plaats van elk bord volgt onderafdeling 5.3.5.1: het wordt zo geplaatst dat bediening, toezicht en onderhoud gemakkelijk zijn. Een bord achter in een volgestouwde kast voldoet daar slecht aan. De andere eisen over de plaats staan in ons artikel over de vrije ruimte voor een verdeelbord.

Stap 2: documenteer de leiding tussen de borden

De verbinding tussen het hoofdbord en het bord op de verdieping is een leiding zoals een andere. Het eendraadschema vermeldt minstens het type, de sectie en het aantal geleiders, en de plaatsingswijze (onderafdeling 3.1.2.2). Het geeft ook het type en de kenmerken van de beveiliging tegen overstroom aan het begin van die leiding.

Het principe van die beveiliging staat in onderafdeling 4.4.1.1: ze onderbreekt de stroom voor er een gevaarlijke opwarming ontstaat voor de isolatie, de verbindingen, de leidingen en hun omgeving. Met een bord op de verdieping volgen meerdere beveiligingen elkaar op in serie: die van het vertrek in het hoofdbord, daarna die van de kringen op de verdieping. Onderafdeling 4.4.1.3 behandelt zulke toestellen in serie. Een toestel met een uitschakelvermogen lager dan de vermoedelijke kortsluitstroom op zijn plaats is toegelaten, op voorwaarde dat een toestel stroomopwaarts het nodige uitschakelvermogen heeft en de energie beperkt die door het toestel stroomafwaarts en de beveiligde leidingen gaat.

Stap 3: plaats de verliesstroomschakelaars

Punt b. van onderafdeling 4.2.4.3 legt de opbouw van de verliesstroombeveiliging in een woning vast, ongeacht het aantal borden. Minstens één verliesstroomschakelaar van ten hoogste 300 mA staat aan de oorsprong van de installatie. Onmiddellijk stroomafwaarts krijgt minstens één verliesstroomschakelaar met hoge of zeer hoge gevoeligheid minstens:

  • de stopcontacten die niet bedoeld zijn voor vaste toestellen en machines;
  • de verlichting;
  • de ruimten met een bad of douche (hoofdstuk 7.1);
  • de wasmachines, droogkasten en vaatwassers.

Elk van die verliesstroomschakelaars krijgt hoogstens 8 eindkringen. Is de spreidingsweerstand van de aardverbinding hoger dan 30 ohm, dan zijn er minstens twee nodig, en neemt elk hoogstens zestien enkele of meervoudige stopcontacten. Hetzelfde punt laat toe dat de kringen van een badkamer ook materieel in andere ruimten van de woning voeden, wat helpt als de badkamer op de verdieping ligt.

De tekst spreekt van een verliesstroomschakelaar onmiddellijk stroomafwaarts van die aan de oorsprong, zonder het geval van een bord op de verdieping apart te behandelen. De figuren 4.10 en 4.11 van Boek 1 tonen twee mogelijke configuraties, zonder beperkend te zijn. Plaatst uw opdeling de 30 mA in het bord op de verdieping, achter de beveiliging van de verbindingsleiding, laat de configuratie dan vóór de plaatsing bevestigen door het keuringsorganisme. De rol van elke gevoeligheid staat in ons artikel over de verliesstroomschakelaars van 300 en 30 mA.

Op het schema: elke kring van de verdieping moet leesbaar achter zijn verliesstroomschakelaar staan, en die achter de schakelaar aan de oorsprong. Een bord op de verdieping dat apart getekend is, zonder zijn verbinding met het hoofdbord, maakt dat onleesbaar.

Stap 4: merk elk bord en zijn vertrekken

Onderafdeling 3.1.3.3 vraagt dat de borden van een huishoudelijke installatie duidelijk, goed zichtbaar en onuitwisbaar gemerkt worden met individuele merktekens, tenzij elke verwarring uitgesloten is. Met twee borden is verwarring mogelijk: geef elk een eenvoudige naam, bijvoorbeeld « hoofdbord » en « bord verdieping », en gebruik precies dezelfde naam op het eendraadschema en op het situatieschema. De voedingsspanning staat zichtbaar op elk bord.

De bedienings-, beveiligings- en scheidingstoestellen van de kringen worden ook individueel gemerkt (onderafdeling 3.1.3.1). Het vertrek dat het bord op de verdieping voedt, verdient een duidelijk merkteken in het hoofdbord. Kringen die stroomopwaarts van de algemene schakelaar aangesloten zijn, worden als zodanig gemerkt.

Stap 5: kringletters zonder dubbels

Op het eendraadschema krijgt elke elementaire kring een hoofdletter. Elk lichtpunt, elk stopcontact en elke bedieningseenheid krijgt een nummer, in de volgorde waarin u ze tegenkomt vanaf de beveiliging tegen overstroom van de kring (onderafdeling 3.1.2.1). Op het situatieschema draagt elk element de letter van zijn kring en dat nummer.

Boek 1 zegt niet hoe u de letters over twee borden verdeelt. Het veiligst is om in de woning nooit een letter twee keer te gebruiken: gaat het hoofdbord van A tot H, dan begint het bord op de verdieping bij I. Een merkteken als « C3 » wijst dan naar één enkel punt, op welk niveau ook. U mag een eendraadschema per bord tekenen, op voorwaarde dat de verbinding op beide staat.

Stap 6: een situatieschema per niveau

De situatieschema’s geven de plaats aan van de verdeelborden, de verbindings- en aftakdozen, de stopcontacten, de lichtpunten, de schakelaars, de vaste machines en toestellen en de bronnen die op het eendraadschema vermeld staan (onderafdeling 3.1.2.3). De tekst spreekt van plannen in het meervoud en legt hun opdeling niet vast. Eén blad per niveau, op dezelfde schaal, blijft het best leesbaar: elk bord staat op het niveau waar het hangt.

Naam, hoedanigheid en eventueel btw-nummer van de verantwoordelijke voor de uitvoering van de werken, en het adres van de installatie, staan op de eendraadschema’s en de situatieschema’s (onderafdeling 3.1.2.1). Zet ze op elk blad: is de installatie bij de keuring conform, dan ondertekenen en dateren de verantwoordelijke en het keuringsorganisme de schema’s en de plannen. Elke latere wijziging komt op het situatieschema, dat op elk moment de bestaande toestand geeft. De volledige werkwijze staat in onze gids over het situatieschema.

Bediening over twee niveaus vraagt extra aandacht. Elke schakelaar draagt de letter van zijn kring en het nummer van het lichtpunt dat hij bedient (onderafdeling 3.1.2.1). Bij een trapverlichting die boven en beneden bediend wordt, staat dat merkteken op het blad van elke schakelaar, ook als het lichtpunt op het andere blad getekend is.

Checklist voor de keuring

  • Elk bord is van klasse I of II, met achterwand en deur, en gemakkelijk bereikbaar (5.3.5.1).
  • Het hoofdbord heeft een algemene lastscheidingsschakelaar van minstens 40 A, of de beveiliging van de netbeheerder neemt die rol op (5.3.5.1).
  • De verbindingsleiding staat op het eendraadschema met type, sectie, aantal geleiders, plaatsingswijze en beveiliging (3.1.2.2).
  • Een beveiliging met een uitschakelvermogen lager dan de vermoedelijke kortsluitstroom heeft stroomopwaarts een toestel met het nodige uitschakelvermogen (4.4.1.3).
  • De verliesstroomschakelaar van ten hoogste 300 mA staat aan de oorsprong, en elke bedoelde kring zit achter een verliesstroomschakelaar met hoge of zeer hoge gevoeligheid, met hoogstens 8 eindkringen per schakelaar (4.2.4.3).
  • Elk bord heeft een individueel merkteken en zijn voedingsspanning (3.1.3.3).
  • Geen enkele kringletter komt twee keer voor in de woning.
  • Elk niveau heeft zijn situatieschema, met zijn borden, en elk blad vermeldt de verantwoordelijke en het adres (3.1.2.1 en 3.1.2.3).

Met Amperio

In Amperio neemt het eendraadschema, met de hand of met de stem getekend, elk bord over, de verbinding ertussen en elk vertrek met zijn kenmerken. Het situatieschema bouwt u ruimte per ruimte op met dezelfde nummering, en de etiketten van het verdeelbord worden uit het schema gemaakt. De kringen worden tijdens het invoeren getoetst aan het AREI (Boek 1); die controles helpen de keuring voor te bereiden en vervangen het keuringsorganisme niet. De pagina situatieschema toont het verloop.

Bronnen

  1. AREI, Boek 1, onderafdeling 5.3.5.1 (FOD Economie, versie 07 van 15.09.2026)
  2. AREI, Boek 1, onderafdeling 4.2.4.3, punt b. (FOD Economie, versie 07 van 15.09.2026)
  3. AREI, Boek 1, onderafdelingen 4.4.1.1 en 4.4.1.3 (FOD Economie, versie 07 van 15.09.2026)
  4. AREI, Boek 1, onderafdelingen 3.1.2.1, 3.1.2.2 en 3.1.2.3 (FOD Economie, versie 07 van 15.09.2026)
  5. AREI, Boek 1, onderafdelingen 3.1.3.1 en 3.1.3.3 (FOD Economie, versie 07 van 15.09.2026)

Wilt u onze gidsen vaker terugzien in uw Google-resultaten? Dan kunt u amperio.be toevoegen aan uw voorkeursbronnen.

Toevoegen aan uw voorkeursbronnen in Google

Dit artikel is informatief. Het vervangt noch het AREI (Boek 1) noch het advies van uw keuringsorganisme.

Probeer Amperio op uw volgende werf

Een gratis werf gedurende 7 dagen, zonder kredietkaart.

Gratis proberen

Lees ook